Wijnparel.nl
Favola — Passerina Colline Pescaresi IGP
Favola — Passerina Colline Pescaresi IGP
In het glas presenteert Favola zich in een helder strogeel met lichte groene weerschijn — een visitekaartje voor een wijn die jeugd en frisheid in het vaandel draagt. De Passerina-druif, een autochtoon ras dat zich in de heuvels rondom Loreto Aprutino thuis voelt, krijgt hier een kristalheldere vertolking van het huis van de familie D’Onofrio.
De neus opent fijnzinnig en bloemig, met een onmiskenbare voortoon van jasmijn en tiaré-bloesem. Daarachter ontvouwt zich een delicaat fruitpalet van witvlezige perzik, rijpe peer en een vleugje mediterrane citrus — denk aan de schil van een net geplukte cedro. Wie het glas even laat ademen, vindt secundaire toetsen van witte amandel, venkelzaad en een zilte zeebries die verraadt dat de Adriatische kust niet ver weg is.
In de mond is Favola precies wat de naam — ‘sprookje’ — belooft: lichtvoetig, helder en uitnodigend. De aanzet is sappig en bijna kraakhelder, gedragen door de typische frisse zuurgraad van Passerina en een fijne, bijna krijtachtige mineraliteit afkomstig van de kalkrijke kleibodems op zo’n 298 meter hoogte. Het middenpalet toont een verrassende sapidità — die karakteristieke Abruzzese zoutigheid — die het rijpe fruit in balans houdt en de wijn een onverwachte lengte geeft voor zijn categorie. De afdronk is droog, fris en licht bitterzoet, met een terugkerende echo van witte bloemen en amandelschil.
Vinificatie en herkomst
De druiven worden handmatig geoogst tussen 10 en 20 september van wijngaarden op zuid/zuidoost-expositie, aangeplant in 2009 op cordone speronato. Na koeling met droogijs — een handelsmerk van het huis om de primaire aroma’s te beschermen — volgt zachte koude persing in inerte atmosfeer, statische decantatie en gecontroleerde gisting op lage temperatuur, deels met eigen geselecteerde inheemse gisten. Geen hout, geen make-up: puur de stem van de druif en het terroir
Aan tafel
Serveer op 6–8 °C in een middelgroot wittewijnglas. Favola is een natuurlijke metgezel voor antipasti di mare, gefrituurde paranza, een lichte risotto met citroen en tijm, of de klassieke Abruzzese brodetto. Even zo overtuigend bij een jonge pecorino, vitello tonnato of een zomerse salade met burrata en perzik. Drink jong — bij voorkeur binnen twee tot drie jaar na de oogst — om de bloemige frisheid in volle glorie te ervaren.
Een wijn die geen grootspraak nodig heeft: eerlijk, herkenbaar en met een glimlach van de Abruzzese heuvels in elk glas.